Beeldstabilisatie: welke instelling gebruik je?

Beeldstabilisatie: welke instelling gebruik je?


De E-M5 in 2012 was de eerste camera ter wereld met vijf-assige stabilisatie. De bewegende sensor compenseert sinds die tijd kleine trillingen in alle richtingen: pitch, yaw, roll en op de x- en y-as. Dit zorgt ervoor dat je in moeilijke lichtomstandigheden lekker uit de hand kunt blijven doorfotograferen tot in sommige gevallen wel tot een seconde of langer. Bijkomend voordeel is dat je je ISO instelling niet vroegtijdig op hoeft te schroeven, zodat je niet onnodig ruis oproept.

Qua instellingen kun je aardig wat kanten op. Je instellingen van de beeldstabilisatie wijzig je via het snelmenu. Als voorbeeld zie je hier het snelmenu van de OM-D E-M1 Mark II.

In dit snelmenu zien we twee aanduidingen terug die met beeldstabilisatie te maken hebben: S-IS en M-IS. S-IS staat voor Stills – Image Stabilisation en heeft betrekking op de beeldstabilisatie-instellingen voor het maken van foto’s. Wil je je instellingen wijzigen voor film, kies dan M-IS: Movie – Image Stabilisation.

Binnen zowel S-IS als M-IS zijn verschillende instellingen te kiezen.

 

S-IS – Stills Image Stabilisation (beeldstabilisatie bij fotograferen)

OFF

De stand ‘off’ (‘uit’) wordt veel gebruikt. Dat klinkt misschien vreemd, maar met name bij gebruik op een statief is het handig je beeldstabilisatie uit te zetten. Omdat de camera dan stil staat, gaat de sensor uit zichzelf op zoek naar beweging door met de sensor minimaal te schuiven. Dit schuiven kan bewegingsonscherpte veroorzaken, hoewel dat minimaal is. Maar neem het zekere voor het onzekere: zet je beeldstabilisatie uit bij gebruik op een statief.

S-IS AUTO

Deze aanduiding zegt het al: automatische beeldstabilisatie. De camera herkent de bewegingen die je maakt en probeert zo goed mogelijk die bewegingen te compenseren. De S-IS AUTO stand is in de meeste, alledaagse situaties te gebruiken. In deze stand analyseert de camera de beweging en kan per as de tegenbeweging ‘harder’ en ‘zachter’ zetten. De S-IS AUTO functie herkent overigens niet dat een camera op een statief staat en zet dus de IS niet automatisch op ‘off’.

S-IS 1

De camera corrigeert alle gemaakte, onbedoelde bewegingen.

S-IS 2

In de S-IS 2 stand wordt een aantal assen uitgezet. De camera stabiliseert alleen nog vertikale, ongewenste bewegingen, maar niet de horizontale. Deze functie is met name handig bij opnames waarbij je ‘pant’. Een voorbeeld van ‘pannen’ is het meedraaien met je camera met een voorbijrijdende auto. In die functie maak je bewust een horizontale beweging en wil je niet dat de camera die beweging tegenhoudt. De vertikale bewegingen mogen juist wel gecompenseerd worden.

S-IS 3

In SI-S 3 gebeurt hetzelfde als bij S-IS 2. Maar in deze stand compenseert de camera horizontale bewegingen en laat hij vertikale bewegingen ongemoeid.

 

M-IS – Movie Image Stabilistion (beeldstabilisatie bij filmen)

OFF

Net als bij de foto-instellingen kan ook tijdens het filmen de beeldstabilisatie uitgezet worden. Ook hierbij is dat raadzaam bij gebruik op een statief.

M-IS 1 – Sensorverschuiving + digitaal

De meest effectieve instelling bij film. D.m.v. sensor-verschuiving worden ongewenste bewegingen en trillingen opgevangen. Dit is dezelfde techniek als in de foto-standen. Echter wordt bij film niet het gehele sensor-oppervlak gebruikt om beeld vast te leggen en kunnen de niet-gebruikte randen nog als extra gebruikt worden om beeld te stabiliseren. Dit digitaal opvangen is zeer effectief, maar kan een kleine impact hebben op de beeldkwaliteit.

M-IS 2 – Sensorverschuiving

Digitaal wordt er in deze stand niets bijgeregeld, dus de beeldkwaliteit van film blijft optimaal.

3 gedachten over “Beeldstabilisatie: welke instelling gebruik je?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Translate »