Flitsen met een sluitertijd van 1/8000e seconde

Flitsen met een sluitertijd van 1/8000e seconde

Flitsen met een sluitertijd van 1/8000e seconde, kan dat? Die vraag komt niet iedere dag langs. Je zou denken dat de flitssynchronisatie bepaalt wat je snelste sluitertijd kan zijn. Dat is ook zo, totdat je de FP modus in je instellingen ontdekt hebt. De maximale flitssynchronisatie kennen we meestal wel. Bij de meeste Olympus camera’s is dat 1/320e seconde. Gaan we met de sluitertijd niet sneller, krijgen we een perfect geflitste foto. Willen we wel sneller… dan wordt dat door de camera geblockt of je krijgt een zwarte balk in je zojuist gemaakt foto. Die zwarte balk of volledig zwarte foto ontstaat, doordat de flitser zijn bundel niet exact op het juiste moment heeft afgegeven en de sensor dus niet of slechts deels belicht wordt. Hier komen we dus bij de beperking die de flitssync-tijd met zich meebrengt.

Maar wat nu als we we werken met een 45 mm 1.8 objectief in de zonneschijn en we willen graag een onderwerp inflitsen? Bij een maximale opening van f/1.8 krijgen we natuurlijk bij zelfs een ISO 200 met een sluitertijd van die genoemde 1/320e nog steeds een overbelichte foto. Willen we dus inflitsen en niet overbelichten, kunnen we alleen nog invloed uitoefenen door het diafragma te knijpen. Gevolg: beter belicht, maar meer scherpte-diepte. Willen we juist een beperktere scherpte-diepte, om zo het onderwerp los te laten komen van de achtergrond, zal die f-waarde toch echt omlaag moeten. Maar dat kan dus niet! Of toch? Met FP flitstechniek wel! 

Olympus camera’s beschikken over een speciale FP stand. In die stand zijn we in staat om tot en met de allersnelste sluitertijd te kunnen inflitsen, zonder dat die eerder genoemde zwarte balk of zwarte foto ontstaat. De FP stand zorgt er namelijk voor dat de flitser in plaats van zijn lichtbundel ineens te vuren, deze opdeelt in meerdere kleine bundels per seconde, zodat deze altijd binnen de gekozen snelle sluitertijd te ‘vangen’ is. Op deze manier kunnen we dus bij een overvloed van licht, zoals bij zonnige omstandigheden, met lage f-waarden dus gewoon inflitsen. Een nadeel van deze techniek is er helaas ook. Doordat de flitsbundel als het ware wordt opgedeeld, is het bereik van de bundel een stukje minder. Ook vergt het iets meer van je accu of batterijen, gezien deze sublieme techniek meer energie verbruikt.

Hoe stellen we het in? 
In dit specifieke voorbeeld gebruik ik de E-M5 Mark II, maar de werkwijze op andere Olympus camera’s is vrijwel identiek.

1. Plaats de opzetflitser (in dit geval FL-LM3, max. sync 1/250e)
2. Zet de camera aan
3. Druk op de menutoets en gaan naar het camera icoon 2
4. Zet RC mode op aan
5. Een nieuw menu opent. Zo niet, 1x op het display-knopje drukken (2 streepjes met een vierkantje ertussen)
6. Flitser A staat op TTL (dit kan je zo laten)
7. Het icoontje met het bliksemteken/FP zet je op FP (Super FP flash)
8. Druk op INFO om de menu’s te verlaten
9. Nu ben je ‘Ready to go’ om met iedere gewenste sluitertijd in te flitsen.

En er kan nog meer. De Olympus-flitsers zijn in staat om ook andere Olympus-flitsers aan te sturen. Dit geldt voor alle flitsers met een R-aanduiding, zoals de FL900R, FL-600R en FL-36R. Door deze externe flitser in te stellen als slave-flitser, flitst deze mee met de opzetflitser. Op deze manier kun je dus ook van diverse zijden onderwerpen gaan belichten met meerdere flitsers.

Veel flitsplezier!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Translate »